Verkiezingen

Het kiesrecht is een klassiek grondrecht dat is vastgelegd in de Grondwet. Artikel 4 van de Grondwet zegt: "Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen". In de Kieswet is het kiesrecht nader geregeld. Alle Nederlandse ingezetenen van achttien jaar en ouder hebben het recht om hun vertegenwoordigers in de Tweede Kamer van de Staten-Generaal, in Provinciale Staten en in de gemeenteraden te kiezen. Dat is niet altijd een vanzelfsprekende zaak geweest. Pas in 1917 is het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd en nog twee jaar later voor vrouwen.

De leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van Provinciale Staten en van de gemeenteraden worden gewoonlijk éénmaal in de vier jaar rechtstreeks gekozen door middel van algemene verkiezingen. De Tweede Kamer bestaat uit 150 leden. Het aantal leden van Provinciale Staten is afhankelijk van het aantal inwoners van de provincie. Voor gemeenteraden geldt hetzelfde: het aantal leden is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente. De verkiezing van de 75 leden van de Eerste Kamer geschiedt niet rechtstreeks, maar indirect. De leden van deze Kamer worden voor een periode van vier jaar gekozen door de leden van Provinciale Staten van de twaalf provincies. De Eerste Kamer wordt ook wel Senaat genoemd. De Eerste en de Tweede Kamer vormen tezamen de Staten-Generaal, ook wel aangeduid als het parlement. Sinds 1979 wordt ook het Europees Parlement rechtstreeks gekozen. De kiesgerechtigde burgers van de Europese Unie kiezen de leden van dit parlement telkens voor een periode van vijf jaar. Van de in totaal 626 leden worden er 31 in Nederland gekozen.

Tweede Kamer
Eerste Kamer
Europees Parlement
Provinciale Staten
Gemeenteraad
Laatst gewijzigd: 17-08-2012 10:49:55