Gezamenlijk ledental van de partijen die in de Tweede Kamer zitting hebben, 1950-2017

15 februari 2017

Al geruime tijd loopt de ledenaanhang van de Nederlandse politieke partijen gestaag terug, overigens net zo als vrijwel overal elders in de Westerse wereld (zie figuur 1). In 2012 hebben de in de Tweede Kamer vertegenwoordigde par­tij­en samen bijna 313.000 leden. Dit is minder dan de helft van de naar schatting 635.000 le­den in 1950 – en dat terwijl sindsdien het aantal kiezers meer dan verdubbeld is. In 2013 en 2014 neemt het ledental verder af tot een totaal van 295.275 op 1 januari 2016. Hiermee is voor het eerst het totale ledental onder de 290.000 leden gekomen. Begin 2017 is het gezamenlijk ledental weer iets gestegen, vooral door de ledenwinst van DENK en VNL. Beide partijen zijn voortgekomen uit afsplitsingen van de Tweede Kamerfracties van de PvdA dan wel de PVV.

In 1960 waren de acht in de Kamer zitting hebbende partijen goed voor meer dan 730.000 leden. In deze periode was de Nederlandse samenleving sterk ‘verzuild’, dat wil zeggen dat grote delen van de bevolking zich op levensbeschouwelijke basis hadden georganiseerd. Tij­dens de ontzuiling die in de jaren zestig op gang kwam, begon de teruggang van het ledental. In 1970 zaten er elf partijen in de Tweede Kamer, die samen in totaal nog 393.000 leden hadden.

In het daaropvolgende decennium, toen politi­sering en polarisatie gepaard gingen met verhoogde politieke par­ticipatie, werd de schade enigs­zins hersteld: in 1980 was het geza­men­lijke le­dental (van eveneens elf partijen) weer geste­gen tot ruim 430.000. In 1990 telden de negen verte­genwoordigde partijen 343.000 leden; in 2000 hadden de (eveneens negen) partijen er 292.000.

De door Geert Wilders geleide Partij voor de Vrijheid (PVV) is de eerste partij in de Nederlandse parlementaire geschiedenis die geen leden wenst.

172

Figuur 1. Gezamenlijk ledental van de partijen die in de Tweede Kamer zitting hebben, 1950-2017

Laatst gewijzigd: 13-04-2017 07:34:46